De Galerie Den Haag

Hoe Diep is een Bloemenzee

Peter Bastiaanssen

86DA9567 E8BD 7D12 4BD900703E7C032D

Honderden Snijbloemen in hout en op doek, een fleurige kleurenzee, dat stemt vrolijk, toch? En als de wereld op dit moment één ding kan gebruiken is het wel een beetje vrolijkheid.

Hoe diep is een bloemenzee? (Door Peter Bastiaanssen)

De afgelopen zes maanden heb ik overdag zitten snijden en hakken, staan schilderen en schuren. Echt fysiek handwerk. Gewoon dingen maken. ’s Avonds zat ik filosofie te lezen. Deleuze uitpluizen, proberen te begrijpen wat deze man bedoelt met zijn ‘nieuwe denken’. Zes maanden lang opgaan in deze strak intellectuele, hermetische Franse filosofie in samenspel met het gedachteloze, intuïtieve handwerk.

Honderden Snijbloemen in hout en op doek, een fleurige kleurenzee, dat stemt vrolijk, toch? En als de wereld op dit moment één ding kan gebruiken is het wel een beetje vrolijkheid.

Immers, onze de hele wereld lijkt op drift. Alles verandert en, zo wordt beweerd, die veranderingen brengen niet veel goeds. Er is storm op komst, dat wordt “code rood”. Heel lang, heel rood. Ondertussen verliezen we al onze vertrouwdheden, alles schuift, we hebben geen ankers meer. Leven zonder verankerd te zijn, met een storm op komst, dat voelt niet lekker. Wat te doen wanneer je ontworteld dreigt te geraken, vervreemd in je eigen bestaan…? Ik weet het antwoord ook niet, maar ik vind mezelf in mijn atelier steeds vaker bloemen maken, veel snijbloemen, in een boel vazen. Snijbloemen zijn ook zonder wortels, maar toch stemmen ze ons vrolijk. Dat is in ieder geval wel de bedoeling van het zetten van een bloemetje in een vaas. Niet alle ontwortelingen moeten altijd en meteen tot problemen leiden, zo lijkt het.

Van de filosoof Deleuze wordt wel gezegd dat hij vrolijkheid brengt met zijn denken. Hij heeft het ook over wortels, een bepaald soort van wortels; Rizomen, een ondergronds netwerk van wortels dat als maar verder groeit, nooit stopt. Wat we nodig hebben in deze tijden van veranderingen is een andere manier van denken, zo zegt Deleuze, we moeten leren denken als een rizoom. Het leven is veelzijdig en vindt altijd een andere manier, en nog een, en nog een. Ons denken geworteld als een rizoom raakt niet onder de indruk van veranderingen; omdat ze bestaat uit oneindige veelvuldigheid. Zoals een madeliefje dat gerust geplukt kan worden, het onderliggende rizoom blijft onaangedaan en blijft gewoon nieuwe bloemen produceren.

Een van de meest opmerkelijke ideeën van Deleuze gaat er over, dat het niet interessant is om te zoeken naar een vermeende essentie, een diepere laag of onderliggende betekenis, ook niet in de kunst. De kunst zou ons eerder moeten confronteren met de geheimzinnige oppervlakte van de dingen. Het is precies het oppervlak wat er toe doet, daar kunnen we contact mee maken. Het is juist de kunst om de dingen te tonen die zo dichtbij zijn dat we ze niet meer zien. Het gaat er dus om geraakt te worden door de diepte van het oppervlak zelf. Bijvoorbeeld door de diepte van het oppervlak van een bloemenzee.

De zin van het bestaan, zegt Deleuze, daar waar het allemaal om gaat, die ligt niet verscholen in een verborgen diepe onderliggende essentie, maar die vind je alleen in de ontmoeting. In de ontmoeting is er een rechtstreekse confrontatie met iets, met iemand, met het leven zelf. Het gaat daarbij om de relatie die we aangaan tijdens zo`n ontmoeting. Het gaat daarbij om de beleving van de aanwezige intensiteiten.

Deleuze wil zo weinig afstand van het leven zelf, in al zijn chaotische heftigheid. Hij ziet daarom niet zo veel in contemplatie of kritische beschouwingen, omdat een kritische beschouwing altijd van buitenaf plaatsvindt en het gaat er juist om, om je te verbinden. Ergens in zijn, niet er buiten blijven, om zo te oordelen.

Kritiek is daarom verloren tijd, volgens Deleuze, het gaat ten koste van de beleving. Beter is het om een idee wat je niet aanstaat zelf op te pakken en zelf opnieuw uit te werken. Dat klinkt ons vreemd, ons vooruitgangsdenken is juist verankerd in kritiek. Kritiek lijkt eerder de motor van ons denken, kunnen we dat eigenlijk wel; ontmoetingen beleven, ondergaan, zonder kritisch te zijn?

Deleuze’s ‘andere denken’ wordt een vrolijk denken genoemd. Nergens lijkt dit soort denken zich namelijk te verliezen in de zuurheid van kritiek, het danst liever haar vrolijke dans. Maar, vrolijkheid is hier niet hetzelfde als oppervlakkigheid. Vrolijk door het leven gaan is alles behalve makkelijk (anders liepen er wel meer echt vrolijke mensen rond), maar de inspanning is wel zeer de moeite waard.

Ik ben er van overtuigd dat de alledaagse absurditeit het best tegemoet te treden is met een vrolijk gemoed. Een vrolijk gemoed stelt je in staat jezelf te relativeren en de wereld te affirmeren. Niet in de zin dat alles om het even is en je ook nog de bittere waarheid moet aanvaarden, maar eerder dat het leven altijd weer mogelijkheden biedt die vruchtbaar werken voor jou en je omgeving. Als kunstenaar wil ik met mijn werk in eerste instantie slechts een vrolijk gemoed opwekken. Wanneer mijn kunst u vrolijk kan stemmen is mijn missie geslaagd.

Redden we daarmee de wereld? Ik zou het niet weten.

Ik weet niet hoe de wereld te redden, maar ik weet wel dat in een wereld waar een vrolijk denken regeert, het bestaan prettiger zal zijn. Zo een bestaan creëert extra ruimte, meer lucht. Wanneer wij extra ruimte en lucht krijgen, gunnen we het die de ander wellicht ook.

Een vrolijk denken produceert ook niet zo snel een burn-out, verzuring of chagrijn. Misschien ervaart u, in de ontmoeting met mijn kunst, iets van de Deleuziaanse vrolijkheid. Dat lijkt mij al heel wat.

Meer Exposities

« 123 »