De Galerie Den Haag

Karel Appel, Seven Summer Days

Seven Summer Days is een unieke collectie grafiek van de hand van Karel Appel en Henk van der Vet.

een unieke samenwerking tussen Karel Appel en Henk van der Vet in de hete zomer van 1976 resulteerde in een prachtige grafiek collectie die nu te zien is bij De Galerie Den Haag.

De zomer van 1976 was heet. Een hittegolf teisterde Parijs, het platteland en de mensen, die de hoofdstad ontvluchtten op zoek naar koelte, die nergens te vinden was. Eerder hadden Jan Nieuwenhuizen Segaar en Henk van de Vet Karel Appel al bezocht in zijn atelier aan de Rue d’Auteuil. De kunsthandelaar en de fotograaf-drukker hadden elkaar via hun kinderen in het voorjaar van 1971 leren kennen en dat had weer geleid tot een opdracht van Nieuwenhuizen Segaar aan Van der Vet om een prent van Appel te drukken. Henk van de Vet werkte al voor Kees van Bohemen en zijn vriend Gerard Verdijk, en hij maakte zelf fotografiek.

Ze waren naar Parijs gegaan om met Appel een idee te bespreken over de vervaardiging van een kunststoffen multiple in reliëf. Appel zag er niets in, maar van der Vet maakte van de gelegenheid gebruik en vroeg of hij niet een aantal fotografieken met de schilder als onderwerp mocht maken. Appel zei dat hij eerst wel eens wilde zien wat hij kon en gaf hem een ontwerp van een kat mee om te drukken.

Nu was het in juli en heet in Parijs. Toch was Hotel de Seine in de smalle Rue de Seine achter de Boulevard Saint Germain volgeboekt, zoals altijd, maar als je zei dat je een vriend was van Karel Appel was er nog wel een bed voor je. Appel logeerde in de tijd voordat hij in Parijs woonde in de regel in het hotel. Dus trok Henk van der Vet daar in. Hij fotografeerde werk van Appel en praatte verder met hem over zijn ideeën met fotografiek. In het gesprek ontwikkelde zich het plan om een paar dagen samen op pad te gaan, de hitte van de stad te ontvluchten en die dagen te benutten om de foto’s te maken die Henk van der Vet voor zijn fotografieken wilde gebruiken. Het moest een reportage worden over Karel Appel aan het werk. Hierdoor zou een album zou ontstaan van de grafiek die de schilder die dagen zou maken en welke Van der Vet zou drukken. Het geheel aangevuld met de fotografiek van de Hagenaar. Appel draaide de placemat op hun tafeltje in Hotel de Seine om er schreef er een contract achterop.

De andere dag stapten ze in zijn witte Rolls Royce en reden naar Molesmes, naar Appels chateau; Henk van der Vet aan het stuur. Een pak papier en een schoenendoos vol krijt op de achterbank. Samen met Coockie, de onafscheidelijke poedel die Appel overal bij zich had. Ze reden dwars door de zinderende wereld van de door de blakerende zon tot felgeel verbleekte eindeloze landerijen en de reusachtige, langzaam methodische cirkels trekkende besproeiingsinstallaties, die hun frêle fonteinen over de verschroeide aarde spoten. Onder de helblauwe lucht vormde ze een vreemd contrast met het onwaarschijnlijke geel van het landschap.

Het huis in Molesmes was groot en hagelwit gepleisterd en geschilderd. De zomerse geluiden van spelende kinderen drongen door tot in alle uithoeken. Af en toe slechts verstoord door de schrille kreet “mosquitos, mosquitos “ en de doffe klappen van een donzen kussen, dat gehanteerd werd door de Russische danseres die met haar vriend en haar kind op het huis paste. De muggen waren overal. Net zoals de hitte. En de natuur had jammer genoeg bezit genomen van het zwembad, dat totaal overwoekerd was. Karel Appel kwam hier nog maar zelden.

De schilder en zijn vriend doorkruisten de omgeving als vakantiegangers zonder doel. Ze namen een verkwikking. Ze aten wat. Ze keken rond. De dagen sleepten zich voort in het trage tempo dat de hittegolf toeliet. Appel deed niets. Van der Vet fotografeerde nauwelijks. De stemming was prettig. Zomers zorgeloos.

Pas na dagen toog Appel zich aan het werk. De zon zakte uit het zinderende zwerk naar de kim. De schaduwen in de tuin bij Molesmes werden langer. De kinderen speelden krijgertje op het gras. Appel haalde papier en krijt tevoorschijn, gooide zijn hemd over een stoel, spreide het papier uit over een stoel, spreidde het papier uit op de terrastafel en riep: “ wat moet ik tekenen@f0 “Een kat,” juichten de kinderen, die zelf ijverig meetekenden. “ Een vogel. Een paard. Een ezel. “ Appel tekende. Spontaan. Voor de vuist weg. In de felle, speelse kleuren die zo kenmerkend voor hem zijn.

Later, toen Henk van der Vet die mooie, ontspannen dagen had vastgelegd, begon Appel even spontaan in de fotografieken te schilderen. Hij stapte Van der Vets atelier aan het Haagse Noordeinde binnen, bekeek de eerste resultaten van hun samenwerking, zei “geef me even een kwast en wat verf” en ging aan de slag.

De achttiende maart 1977 was het resultaat van hun samenwerking af. Het album telde zeven grafieken van Karel Appel en zeven fotografieken van Henk van der Vet, die de kunstenaar aan het werk toonden in zijn atelier, in het bos van Molesmes, aan een eenvoudig tafeltje op een terras. Zeven zomerdagen waren vereeuwigd in een unieke reportage: “Seven Summer Days “.